Thursday, July 08, 2010

Ietsisme deel III

(deleted - in revision)

Tuesday, June 29, 2010

Ietsisme

(deleted - in revision)

Friday, June 25, 2010

Godsdienst

deleted (in revision)

Tuesday, June 22, 2010

Het Christelijk geloof

deleted (in revision)

Thursday, December 10, 2009

het politieke correctisme

Islam in Nederland: wat is politiek-maatschappelijk correct?

Gisteren zag ik een interview van Andries Knevel met Geert Wilders, en daarvoor had ik een uitgebreid artikel gelezen in HP-De Tijd over Wilder’s ideologische bronnen in Scandinavië. Hij is voor de rechter gesleept vanwege het beledigen van bevolkingsgroepen.

Men kan zeggen dat ’s mans methoden en aanpak niet de schoonheidsprijs verdienen, maar in de kern wijst hij op een reëel gevaar. Zijn tegenstanders doen geen enkele moeite zijn argumenten te ontkrachten, maar maken hem belachelijk. Veel goed-geïntegreerde moslims reduceren hem tot een “klein mannetje naar wie het niet de moeite waard is te luisteren”, intellectuelen en politici noemen hem een opruiende populist, en sommigen noemen zijn partij een soort NSB. Toch haalt hij 20-30 kamerzetels in de virtuele verkiezingen.

Toch zijn het diezelfde tegenstanders, te zoeken in vooral PvdA-kringen en verlichte moslims, die het beeld oproepen van gevaar, Wilders verwoordt het alleen. De jeugd ziet dat gevaar niet, die ziet in de Islam een manier om zich te profileren en af te zetten tegen de “gevestigde orde” en genieten volop van de vrijheden in dit land. Onlangs zag ik op een weblog een foto van twee vrolijk de camera inkijkende, hoofddoekjes dragende jongemeiden, die zich er blijkbaar niet van bewust waren dat het zich zomaar op de foto laten zetten door een onbekende fotograaf op straat totaal niet haram is, zeker niet voor vrouwen. De Islam is voor hen hoogstens een spirituele verrijking, en zeker geen schrikbeeld, vandaar hun hoofddoekje.

Wilder’s tegenstanders roepen dat Wilders de Islam demoniseert. Heus, het maakt niet uit of je moslim bent, je bent ook Nederlander en je eerbiedigt dus de Nederlandse wetgeving. Zij keren zich ook tegen “moslim”-jongeren die zich misdragen. Echter, nooit zul je van hen een woord van kritiek horen op moslimgebruiken, op de Islam of de Koran, zoals veel Nederlanders dat wel doen. Hoe verklaren zij dat overal in het Midden-oosten christenen worden gediscrimineerd, het leven zuur gemaakt en weggepest door moslimbroeders? Waarom dragen zij hoofddoekjes in een soort masochisme, want ze weten dat ze hierover op straat en openbare ruimten opmerkingen krijgen? Zo van lekker puh, ik draag als een soort martelares een hoofddoekje, een soort vlag op mijn hoofd? Hoe verklaren zij de opmerking die je vaak hoort van moslims: wacht maar, straks zijn wij de baas want we krijgen veel meer kinderen dan jullie en we blijven immigreren, straks zal ook hier sharia heersen? Hoe verklaren zij de onmogelijkheid voor westerse vrouwen om in landen als Pakistan blootshoofds over straat te gaan, laat staan dat een christelijk priester dat doet in zijn ambtsgewaad? Het verbod op het importeren van een bijbel, de doodstraf of uitstoting en verbanning als men zich bekeert tot een ander geloof? Het strenge verbod om een ander geloof te prediken dan de Islam, behalve voor eigen geloofsgenoten in de kerk? Is dat niet in naam van de Islam, of is dat een ander soort Islam, waar zij dus geen, ik herhaal geen afstand van nemen, maar alleen van zeggen: in dit land moet men de wetten van dit land naleven om er vervolgens achteraan te denken: tot ook hier de sharia zal zijn ingevoerd.

Wat heeft Geert Wilders nu eigenlijk misdaan? Ik heb hem nog nooit op een racistische opmerking betrapt zoals Hitler en kornuiten dat deden bij de Joden of Amerikanen en Afrikanen bij zwarten, integendeel, hij put zich uit in pleidooien voor godsdienstvrijheid, om meteen daarna te zeggen dat godsdienstvrijheid voor de Islam niet bestaat. Het is dus onzin om dezelfde vrijheden toe te staan aan een godsdienst die zichzelf superieur acht, en die zelfs het wetsysteem wil veranderen, d.w.z. staatsgevaarlijk is, als aan andere godsdiensten die je nooit hoort over het aantasten van onze wetten. Is dat logisch of niet?

Nu hoor je als tegen-argument dat lang niet alle moslims zo zijn. Wil de burgemeester van Rotterdam de Nederlandse wetten vervangen door de sharia en is hij daar in zijn ambt mee bezig? Hoe zit het met de plaatselijke politici in de grote steden die toch ook voor een groot deel moslim zijn? Een ervan beweert zelfs dat hij “de Islam thuislaat” als hij met zijn werk bezig is. En we hebben Tariq Ramadan, de bruggenbouwer. Ik ben het nog steeds niet eens met zijn ontslag, maar zie hem wel als een intellectueel die veel doet voor vooral de Islam en ook het propageren van een meer westers-georienteerde Islam. Maar hoe je het ook wendt of keert, per definitie streeft de Islam naar onderwerping, want zij acht zichzelf zonder enige tegenspraak of kritiek te dulden, het enig juiste systeem. Islam betekent ook letterlijk “onderwerping”.

Jezus Christus zei: als u mijn boodschap verkondigt, en de mensen willen niet luisteren, klop dan het stof van uw sandalen en vervolg uw weg. Wat zegt Mohammed en wat zegt de Koran? Dood hen of onderwerp hen. Of is dat enkel symbolisch bedoeld? De Christenen en Joden hoeven niet dood, maar moeten hun godsdienst in het verborgene beoefenen, extra belasting betalen, en worden geweerd uit openbare ambten. In de praktijk gaat dit nog verder, maar dat is iets van de laatste jaren, sinds de opkomst van het fundamentalisme.

De Islam belemmert ook de ontwikkeling van mensen. Studeren is immers niet nodig, want de Koran heeft overal een antwoord op, zoals op TV tijdens een debat een overtuigde moslim glimlachend hoorde zeggen, en die glimlach was niet omdat hij het ironisch bedoelde, maar het was de glimlach van de wijze alweter. Moslim-studenten, knoop dat in uw oren. En zeker geen menswetenschappen (sociologie, psychologie, laat staan godsdienstpsychologie) of letterkunde van een westerse cultuur. Op de hotelschool heb ik lesgegeven aan moslimstudenten, die vrolijk alcohol dronken tijdens de lessen in wijnkunde, en bier op studentenfeestjes, maar diep beledigd waren toen ik een geschilderd portret van Mohammed liet zien. Wel de vrijheden die men hier geniet, maar niet de inhoud van de godsdienst. In islamitische landen kent men dat onderscheid helaas niet. Kritiek op de Islam is hier in het land een groot taboe, respect is wat geëist wordt, ook voor daden, gebruiken en gewoonten in islamitische landen, het “huis van de Islam”.

Wednesday, November 25, 2009

Hubble's law and beyond

A TV program and a book made me decide, once and for all, that at the borders of the observable the laws of logic are no longer valid. Maybe they will be replaced there by other laws, which we don’t know (yet), but probably they will, if they exist, be beyond the scope of human capabilities to understand. For the time being we ‘ll have to live with ignorance about any systems, logic, or predictability in this world around the borders of observation.

When I read that an observation itself influences the behaviour of a tiny hardly observable particle, like if I observe a tree and make it suddenly appear at farther or nearer distance from me, just because of my observation, or when I read that half a particle, separated from the other half, influences the behaviour of the other half, even at a distance of billions of light years, then I try to understand that further research will be needed to explain these magical phenomena.

But there is more: take the cosmological “law” of Hubble. It assumes that objects in the universe are moving away from each other. This finding is based on the observation that the color of far-away galaxies shows a shift to red which can only be attributed to the fact that it moves from us, like the sound of a train shows a shift in pitch when it moves away from us standing along the railway (the “Doppler effect”). The farther away the galaxy, the more red-shift it shows, so the faster it moves from us. Hubble’s law says that the distance from the earth at which a galaxy is located, divided by the speed at which it moves from us, is constant. In other words, there is a linear correlation between distance and speed: the farther away a galaxy is located from us, the faster it moves from us.

We don’t talk here about miles or even parsecs (= the distance between Earth and Sun) but about millions of Megaparsecs, billions of light-years (a light year is the distance that light travels in one year). We talk about the borders of the universe, the borders of the observable things and events. The Andromeda galaxy, for instance, is located four million light-years away from us, and it moves towards us instead of away from us. This is “allowed” by Hubble’s law, because the distance to our own galaxy is too small (!), and gravity overrules Hubble.

So far, so good. We have to take into account that this knowledge about the universe is very, very recent. People like Einstein gave a boost to cosmology. Before him, we thought that the universe consisted of only the galaxy where we live in, our Milky Way, and in the nineteenth century we were, despite the invention of telescopes, still at about the same level as the ancient Arabs or the Greek (the Middle Ages saw a decrease in knowledge because the Bible was propagated as the ultimate source of all insights).

So the danger is exists that our scientists rely too much on a scientific construction that is built on too weak assumptions. Calculation and logical construction of formulas is patient, computers will always do their work, neatly and correctly according to the rules of mathematics and logic. But we already discovered that on cosmological scale, Euclidian (=traditional, generally understood and accepted ) mathematics don’t work, e.g. the shortest distance between points is, on cosmological scale, not the straight line between the two points, as we all accept it is. Don’t ask me why, I’m not a mathematician or cosmologist.

Now I’m approaching my point, my big question. There is a big anomaly in this story of far-away galaxies that move away from each other (and, according to another cosmological law, by consequence, also from us on Earth). In several publications that try to explain the findings of scholars to us lay-people, I have read that the farther we look into the cosmos, the farther we look into the past. So when I see the planet Mars, I don’t see Mars in its present situation, but in the situation it was twenty minutes ago. The image of Mars takes twenty minutes to travel from Mars to my eyes, at light speed. The same must hold for a galaxy at 10 billion light years away, or a galaxy at 10 million light years away.

Referring to Hubble’s law, scientists discovered around 1990 that our universe is expanding at an accelerating rate. Note well, that the expansion speed already accelerates according to Hubble's law itself in a linear correlation with distance, but now it had been discovered that it also accelerates as a total, so Hubble's acceleration has to be multiplied by a certain factor. Up to then, Hubble’s law was helpful to reason that this expansion rate would be decreasing in time, because of the gravity force. Then there would be a period of balance, after which the universe would start to shrink, ending up in the “Big Crunch”. A nice, symmetrical theory which would explain for a periodic sequence of several universes one after the other: after the “Big Crunch” or maybe even simultaneously, there would be a new “Big Bang”. But now this whole beautiful theory had to be overhauled and replaced by the view on a completely dead and cold universe in the far future with extinguished stars (not stars anymore) moving away from each other, dark and not “aware” of each other, in an unimaginably big empty space without any light or whatever: the almost complete nothing would be achieved, absolute minimal temperature (zero degrees Kelvin) would rule everywhere. So this idea of an expanding universe is not the whole story, it’s also expanding at an accelerating rate. The scientists try to explain the aberration from the laws of gravity by introducing a new force, so weak, that it only works at cosmological scale. It’s more or less the opposite of gravity, it’s pushing objects away from each other.

But my point is: OK, so far so good, but if we are looking back into the past, don’t we have to conclude then that this accelerating speed also took place in the past? Why do cosmologists shout from the roofs that our universe “is expanding at an accelerating rate” when they observe this rate in situations that have been millions, billions of years ago? The closer we get to our Earth, the more recent observations we make, and we see that not that long ago, this speed of moving away objects and galaxies is gradually slowing down, neatly according to Hubble’s law. Preliminary conclusion: the universe is expanding at a decreasing rate, just the opposite of what cosmologists are concluding.

I said “preliminary conclusion” because we also must conclude that we cannot observe things or events beyond the border of the speed of light. We are not able to observe the here and now elsewhere, because of the speed of light, just like we are not able to hear the hammer fall on the pole the moment it hits the pole, when the pole is being hammered a few hundreds of meters away from us. We hear this a second or so after we have seen the hit. We don’t even see it the moment it hits the pole, but the time it takes for the image “pole-hitting hammer” to reach our eye is so extremely short that it’s not observable (although it exists). The only thing cosmologists can do is writing the history of the universe, and extrapolations to the future are doubtful. It’s already impossible to imagine a universe that is distributed evenly all around us, and that looks alike regardless of any location in the universe, with no observable centre or clustering of matter indicating a centre where the Big Bang could have taken place some 13 billion of years ago as the scientists have calculated with the aid of Hubble’s law.

I find myself alone in this question, I read about it nowhere . Everybody seems to take for granted what the scientists proclaim. Either I am struggling with a question just like an ignorant student who still has to see the light, or I’m just concluding something very simple, not by formulas and arithmetic, but by reasoning. But maybe there is a third explanation for my question, the one I referred to in the beginning: we are confronted with the borders of our observable world, and then all kinds of anomalies and illogical phenomena will appear. I think that’s the area where creation starts. Creation isn’t an event that took place in the past, it’s still going on, and we are trying to catch its mechanisms, but must admit we are restricted in our observation and calculation capacities. It’s hard to accept, but true.

Tuesday, September 29, 2009

Hoofddoekjes en boerka's: onbenullig of belangrijk?




Dit is de eerste van een reeks korte opstellen waarin overeenkomsten en verschillen tussen enerzijds de christelijk-liberale Nederlandse cultuur, en anderzijds de Islamitisch-theocratische moslimcultuur worden belicht.


Ter toelichting op de titel: in de pers maar ook in de literatuur (bv. Joris Luyendijk in zijn boek "Tipje van de sluier") wordt betwist dat er een "Nederlandse" of een "Islamitische" cultuur zou bestaan. Natuurlijk zijn er binnen de Islam en binnen Nederland verschillende culturen te onderscheiden, maar al die culturen en subculturen hebben toch elementen die hen tot één nationale c.q. internationale cultuursamenbinden. In een van de volgende bijdragen kom ik daar op terug.


De vrijheid van godsdienst is een beginsel dat de vrijheid van een individu of gemeenschap ondersteunt om haar of zijn godsdienst of levensovertuiging te uiten in onderwijs, handelingen, eredienst en en voorschriften. (Artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). Het hoofddoekje is in een aantal Europese landen en Turkije zelf een heet hangijzer geworden. Een hangijzer, omdat hier een concreet en tastbaar onderwerp voorhanden is om te “getuigen”. Des te meer geldt dit natuurlijk voor de boerka. Volgens het bovengenoemd artikel is iedereen vrij om een hoofddoekje of boerka te dragen, toch levert het blijkbaar problemen op in landen die van oudsher bekend staan om hun tolerantie voor de diverse godsdiensten. In België bijnvoorbeeld is het hoofddoekje onderwerp van politieke en maatschappelijke discussie, terwijl de lange rokken van de pastoors en de hoeden en vlechten van orthodoxe Joden daar nooit een probleem waren. Voor België en Frankrijk betekent “scheiding van Kerk en Staat” en “godsdienstvrijheid” dat de openbare ruimte vrij zou moeten zijn van godsdienstige uitingen. Dat is dus niet overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en bovendien inconsequent want tot de massale immigratie van moslims gold dit blijkbaar niet voor priesters en orthodoxe Joden.
Nederland kent sinds de Verlichting eveneens een intolerante traditie, maar hier was het tonen van godsdienstige tekens en symbolen in de openbare ruimte uitsluitend toegestaan aan protestanten in het midden en noorden van het land, slechts in het zuiden eveneens aan de Rooms-Katholieken. In de tijd die aan de verzuiling voorafging, was de Nederlands Hervormde Kerk de bevoordeelde kerk, d.w.z. hoge ambtenaren moesten Nederlands Hervormd zijn, zelfs de koning (Willem I) bemoeide zich met het opstellen van regels voor deze kerk. Nog tot de grondwetswijziging van 1989 bestond in Nederland het processieverbod voor protestantse gebieden. De Hoge Raad achtte dit in 1962 niet in strijd met het hierboven aangehaalde artikel uit de Universele verklaring van de rechten van de mens, ondanks ook de in de Grondwet verankerde vrijheid van godsdienst.
Ten tijde van de Republiek, toen de Gereformeerde Kerk (de voorloper van de Nederlands-Hervormde kerk en de veelheid van denominaties die wij “protestanten” noemen) een geprivilegieerde positie innam, benaderde ons land het staatskerksysteem. Volgens artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis (1561) was het de taak van de overheid ‘om te weren en uit te roeien alle afgoderij, en valse godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen’. In 1796 werd de scheiding van kerk en staat een feit. De financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs bij de grondwetsherziening van 1917 markeerde het begin van wat de verzuiling is gaan heten. Het betekende dat vier levensbeschouwelijke hoofdstromingen elkaar particulier verketterden, maar in het openbare leven en in het landsbestuur elkaar gedoogden en zelfs samenwerkten. Twee van die stromingen waren religieus (“confessioneel”) van karakter, twee seculier: Rooms-katholiek, protestants, liberaal en socialistisch. De twee seculiere overlapten ook nog eens voor een groot deel de twee confessionele, en binnen de vier waren ook diverse afsplitsingen en varianten te onderkennen.
Vooral de godsdienst bleek een splijtzwam. Orthodoxe dominees gruwden van het rooms katholicisme, en brachten dit over op de geloofsgenoten. Pastoors waren veel milder in hun oordeel over de protestantse orthodoxie, mogelijk vanuit de defensieve houding die zij in Nederland waren gewend aan te nemen tegenover de “officiële godsdienst”, de godsdienst van de watergeuzen en de Oranjes. Het dédain voor het Rooms-Katholicisme dat Willem I aan de dag legde was ook een belangrijke aanleiding tot de afsplitsing van België van Nederland. De tolerante Willem II kon dit niet meer goedmaken. België beschikte over een invloedrijke katholieke elite, die in Nederland lang zo sterk niet was. Deze elite moest weinig hebben van de protestantse machthebbers uit het noorden. Mogelijk vreesden zij ook het respect voor het gewone volk, eigen aan het protestantisme, en machtsverlies van de kerk die hen steeds ondersteunde. Zo heeft de katholieke bevolking in de provincies Limburg en Noord-brabant zich steeds moeten verdedigen en pas na 1917 verwierven de katholieken officieel volledig erkenning.
Sinds de zestiger jaren heeft een gestage afname plaatsgevonden van het gevoel bij een kerk of godsdienst te horen. Volgens het onderzoek Godsdienstige Veranderingen in Nederland (SCP, 2006) blijkt dat in het jaar 2000 62% van de Nederlanders niet verbonden was met een of andere kerk of godsdienst. Dit percentage loopt in 2020 op naar 72%. De Islam echter blijkt jaarlijks te groeien. In 2000 is 5% van de Nederlanders islamitisch. Dit loopt op naar 8% in 2020, een percentage dat nog 4 maal kleiner is dan dat van de christelijke kerken, en 9 maal kleiner dan het percentage onkerkelijken, die zichzelf overigens voor een onbekend, groot deel nog steeds “religieus” blijven noemen.
De Islam, zoals die beleden wordt door de meeste immigranten, verschilt wezenlijk van het christendom, niet alleen qua inhoud, maar ook qua beleving. De Islam komt voort uit de traditie van volkeren waar men zeer sterk op elkaar en op traditie is aangewezen. Familie en lokale overgeleverde gewoonten en gebruiken spelen een grote rol, er wordt sterk gehecht aan de groep waarvan men lid is, en (misschien wel daardoor) “voorkomen van gezichtsverlies” en “respect” zijn er belangrijke waarden. Dat gezicht wordt al snel verloren, want het aantal regels waaraan “men” zich te houden heeft, en die hun oorsprong vinden in de Koran (althans volgens de gangbare interpretaties onder het volk) is groot. Overtreding ligt steeds op de loer. Waarden die respect afdwingen en het groepsgevoel benadrukken, zijn veel sterker dan in Nederland van oudsher het geval was.
Deze islamitische instroom heeft bij binnenkomst en ook lang daarna geen enkel besef van de waarden en de geschiedenis ervan in Nederland. In Nederland worden elkaars godsdiensten, evenals het atheïsme, gerespecteerd, en houdt de staat zich buiten godsdienstige kwesties. In Nederland is men zeker niet gewend aan het opleggen van gedragsregels aan elkaar, behalve in de van oudsher orthodox-protestante dorpen in de Bible Belt. In de meeste Islamitische landen ziet een groot deel van de bevolking de sharia als ideale rechtssysteem, en de overheid als hoeder van de godsdienst, dus precies andersom als in ons land. Een aantal regeringen van die landen modelleert zich graag als Westerse democratie, maar moet wat dat betreft op eieren lopen om zich niet de woede van het volk op de hals te halen. In Irak, Iran en Afghanistan worden bv. verkiezingen gehouden, maar verkiezingen horen niet tot de culturele traditie van die landen, dus eindigen ze steevast in strijd vanwege vervalsingen en fraude, volkomen te goeder trouw begaan door mensen die vinden dat ze de duivel niet mogen helpen door hem de verkiezingen te laten winnen. In Egypte werden tijdens de afgelopen ramadan mensen gearresteerd omdat ze op straat overdag stonden te eten, hoewel in de Egyptische wet (naar westelijk model ingericht) niet staat dat dit verboden is.
In West-Europa wordt gegruwd bij de gedachte dat er door een overheid of geestelijkheid gedragingen worden opgelegd aan de hele bevolking, die gemotiveerd zijn vanuit een bepaalde godsdienst. De Islam wemelt van verplichtingen en verboden, en de overheid wordt geacht een aantal daarvan actief te ondersteunen door wetgeving, het liefst zagen velen in die landen dat de sharia onverkort zou worden aanvaard als de wetgeving van het land. Met name Iran heeft een revolutie doorgemaakt die precies omgekeerd was aan de Franse revolutie. In de Franse revolutie werden de priesters opgeknoopt door ongelovigen, in Iran knoopten de geestelijken de ongelovigen op.
De immigratie door de Islam heeft in West-Europa in het algemeen, en in Nederland in het bijzonder, gezorgd voor heroverweging van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Moet het een godsdienst worden toegestaan zich te uiten, als die godsdienst zich niet kan of wil verenigen met eveneens diezelfde Universele Verklaring in haar verplichtingen en geboden? Het hoofddoekje en de boerka worden gebruikt als tastbaar en dankbaar discussie-object. Dat veel moslims geen kaas hebben gegeten van godsdienstvrijheid als staatsrechtelijk principe, wordt duidelijk als men ziet dat men de gang naar de rechter en naar de Commissie Gelijke Behandeling wonderwel weet te vinden, en men zich beroept op vrijheden die men in eigen kring aan de eigen leden ontzegt. De rechter en de Commissie moeten moslims dikwijls in het gelijk stellen, zij moeten zich houden aan de Nederlandse wet. Veel Nederlanders reageren allergisch als zij merken dat, om enkele voorbeelden te noemen, een moslim-advocaat weigert op te staan voor een rechter (zijn geloof zou hem dat verbieden), een moslim-man weigert een vrouwelijke minister de hand te schudden (idem), een gesluierde vrouw wel uitkering ontvangt, maar weigert met onbedekt gelaat te solliciteren (idem).
Binnen de Nederlandse politiek en media woedt een discussie over het al dan niet tonen van begrip voor deze op zichzelf genomen onbenullige zaken. Ze zijn niet onbenullig, omdat ze een sterke symboolwerking hebben, namelijk minachting (zo voelen veel Nederlanders dat) voor de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Het aantal gesluierde vrouwen is miniem, het krijgen van een hand volstrekt onbelangrijk en de rechter zal zich niet beledigd voelen als een advocaat weigert voor hem op te staan. Het gaat om de symboolwerking: jullie Nederlanders zijn onwetend en moeten je maar aan ons aanpassen, het gaat om ons heilig geloof, trouwens wij zijn ook Nederlanders. De strijd om het begrip hiervoor wordt ook gevoerd door de verschijning van een groot aantal boeken over wat de Islam en de Koran nu eigenlijk inhouden, en het opduiken van vele voorlichtende internetsites. Deze zijn alle bedoeld om begrip te kweken voor de Islam. De boeken en de sites gaan ervan uit dat een Nederlandse onkerkelijke of gelovig-christelijke lezer begrip kan opbrengen voor de vele riten, voorschriften en gebruiken zonder welke men geen goed mens zou kunnen zijn, en die zorgen voor het zielenheil van degene die ze navolgt. De ongelovige zegt dat allemaal niets en hij wil zich er ook niet in verdiepen, omdat hij geen persoonlijk probleem ervaart als hij ze niet kent, laat staan niet navolgt. Hij zal terecht zeggen dat in dit land vrijheid van godsdienst bestaat, en dat de moslim thuis en in de moskee mag doen wat hem goeddunkt, maar dat op het werk, op straat, in de omgangsvormen, in de winkels, op TV, in de restaurants en in het bank- en verzekeringswezen de wetten van ons land gelden en niet die van de Islam.
De aversie tegen landgenoten en immigranten die zich in hun kleding overduidelijk als moslim presenteren, ligt mijns inziens niet in de eerste plaats in de overlast door Marokkaanse jongens in de grote steden, maar vooral ook in het gebrek aan belangstelling die moslims aan de dag leggen voor Nederlandse cultuur, waarden en historie enerzijds, en anderzijds de Islam op een hautaine manier propageren als de grote heilscultuur voor individu en samenleving. Ideeën waarvan men in het westen reeds lang afscheid heeft genomen. Bovendien zien Westerlingen hoe moslims elkaar vermoorden (Sjieten en Soennieten) en in hun landen de niet-moslims het leven zuur maken.
Vandaar dat een hoofddoekjesverbod geen zin heeft. De moslimwereld zal zich door haar nadruk op respect en gezichtsbehoud, beledigd voelen en geen milliseconde nadenken over hoe een dergelijk verbod past binnen een welwillende, Westerse traditie. De jonge schoolgaande meisjes zullen ook hun hakken in het zand zetten, eventueel samen met hun ouders. Een hoofddoekjesverbod werkt polariserend. Ook wanneer zoals in Antwerpen er nog maar één middelbare school is die ze toestaat, moet ze blijven toegestaan. De school die het betreft, doet er beter aan de leerlingen op te voeden tot respect voor Westerse waarden en andere godsdiensten dan de Islam, dan roepen dat ze een “Islamitische school” dreigt te worden als ze het hoofddoekje niet verbiedt.
Het toestaan van hoofddoekjes past in een cultuur waarin de UVRM wordt gerespecteerd, en ook RK religieuzen en orthodoxe Joden hun kledij wordt toegestaan. Een uitkering aan een boerka-draagster moet m.i. worden geweigerd, evenals vrouwen uit banen kunnen worden geweerd waarin het niet-dragen van een hoofddoekje of de boerka, of het geven van een hand, als noodzakelijk wordt gezien voor het uitvoeren van het werk waarvoor men is ingehuurd.
Hoofddoekjes en de strijd erom zijn tegelijk ook een wapen in de handen van de algemeen-fundamentele, kosmopolitische stroming in de Islam die de verschillende subculturen in Islamitische landen aan het afzwakken is: overal hetzelfde model hoofddoekje, overal dezelfde jurken en kalotjes voor mannen, overal dezelfde strenge en zo letterlijk mogelijke interpretatie van de Koran. Een verbod van hoofddoekjes werkt deze stroming in de hand, ze wakkert onlustgevoelens en strijd aan en verhindert communicatie.