Sunday, April 17, 2011

Intermezzo

Intermezzo Ik sta voor de etalage van een boekwinkel en zie diverse katholieke en christelijke titels. Hier hub ik dus afscheid van genomen. Bibliotheken vol boeken zijn er geschreven aangaande alle theologische onderwerpen die je maar kunt bedenken, het is een wereld van waarheidsvinding, ethiek, vroomheid en uitleggerij (eschatologie). Nadat ik na tien jaar het boek van Carotta had gelezen, stortte deze wereld compleet voor mij in. In die tien jaar bekeerde ik mij weer tot de RK kerk, en werd weer gelovig. Na drie jaar kerkgang en het ondanks inspanning niet kunnen vinden van religieuze inspiratie in de kerk, las ik opnieuw Carotta en nog enkele andere werken aangaande de eerste eeuw van het christendom. Daarnaast had ik ook Daniel Bennett gelezen over de evolutietheorie en geluisterd naar de hoorcolleges op CD van Herman Philipse over godsdienst-filosofie. Wanneer het evangelie gebaseerd is, geplagieerd op, de levensgeschiedenis van Julius Caesar, en wanneer zeer vele christenen geloven dat de gebeurtenissen die in het evangelie worden beschreven gebaseerd zijn op een kern van waarheid, en dan met name die welke genoemd worden in de twaalf artikelen van het geloof, is dat niet iets dat mij kan inspireren tot op het bot van mijn religieuze gevoelens. Anderen kunnen daar blijkbaar wel in meegaan, want mensen die ik hierover sprak reageerden met een “nou en” en bleven gewoon naar de kerk gaan. Weer anderen, uit de orthodoxe hoek, wilden er niet eens naar luisteren, en vonden elke vergelijking tussen hun Jezus en Julius Caesar een ongehoorde godslastering. Ik schaar mij achter Spinoza en Goethe enerzijds, en achter de evolutionisten zoals Bennett, anderzijds. Inmiddels heb ik ook afscheid genomen van de Vrijmetselarij. Hun beroep op de Opperbouwmeester des Heelals, hun oproep zich op te maken tot de bouw van leven en wereld, die deze Opperbouwmeester ons laat zien als een te voltooien bouwwerk, ook daarin kan ik mij niet vinden. Maar dat zou nog tot daaraan toe zijn, en ik respecteer hun streven dan ook, maar ik ben onmachtig om van harte mee te doen aan hun bijeenkomsten als een broeder onder hen, want ik voel me er een vreemde eend in de bijt. Dat ligt niet aan hen, maar aan mij, want mijn hele leven heb ik al moeite gehad bij te “gedragen” in drukke gezelschappen en echte vrienden heb ik nog nooit kunnen maken. Er blijft mij weinig “geestelijks” en/of “spiritueels” over, en ik kan me er dan ook niet meer mee bezighouden omdat het mijn belangstelling niet meer heeft. In de volgende hoofdstukken van deze blog zal ik proberen uit te leggen hoe dat komt.

Thursday, April 14, 2011

Evolutietheorie en godsdiensten

Charles Darwin en geleerden na hem, hebben de evolutietheorie ontwikkeld tot een theorie die alleen maar kan concluderen dat alle levensvormen zoals we die nu kennen, het gevolg zijn van reeksen toevalligheden. Toevallig ontstonden er individuele dieren, planten enz. die geschikter waren om te overleven in hun omgeving dan andere van dezelfde soort, waardoor die soort zich meer aan die omgeving ging aanpassen. Andere individuen lukte dat minder of niet, en stierven uit. Drie bedreigingen moeten alle individuele schepselen het hoofd bieden: de natuur, roofdieren en ziektekiemen (die dus eigenlijk ook roofdieren of parasieten zijn). Deze bedreigingen doen zich overal in allerlei vormen in meer of mindere mate voor, en alle aanpassingen moeten dus de soort bestand maken tegen, of profijt leren trekken van, levende wezens, microben en natuurlijke omstandigheden zoals bodemgesteldheid, temperatuur e.d. in de omgeving. De soorten die daarin slagen, overleven, de soorten en individuen die dat niet lukt, gaan te gronde.

We moeten volgens de evolutietheorie afleren om te denken in termen van doelgerichtheid, nuttigheid, planmatigheid enzovoort in de natuur. De natuur heeft geen doel dat wij als mensen kunnen waarnemen.. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de tepels op de mannenborst. Die dienen geen enkele functie, hoe hard sommige onderzoekers er ook naar gezocht hebben. De verleiding om te denken in die termen is erg groot, mensen vinden het makkelijk om aan te nemen dat alles in de natuur een functie heeft, en als die niet meteen waarneembaar is, er dan ook naar te zoeken.

Natuurlijk heeft de evolutie van de soorten geleid tot een systeem waarin alles “een functie heeft”: vogels verzamelen takjes om een nest te bouwen, het hart is er om bloed rond te pompen, pijn heeft als functie ons te waarschuwen voor beschadiging van het lichaam, enzovoort. Het is moeilijk aan te nemen, dat al deze nuttige uitwerkingen het gevolg zijn van een miljarden jaren durend proces van vallen en opstaan. We kunnen ons immers ook geen voorstelling maken van hoe lang een miljard jaar duurt. Toch zijn er ook voorbeelden van zeer snelle evolutie, waarin we duidelijk kunnen zien hoe soort-aanpassing verloopt. Fruitvliegjes en bacteriën worden in laboratoria blootgesteld aan wisselende omstandigheden, waardoor dankzij de snelle voortplanting verandering in soort waargenomen kan worden. En denk ook aan de strijd tegen virussen en bacteriën, die maar enkele jaren nodig hebben om zich aan te passen aan onze bestrijdingsmiddelen en dan in een gemuteerde versie weer opduiken, soms gevaarlijker dan de vorige versie.

Enkele malen is geprobeerd om deze evolutietheorie ook toe te passen op de menselijke wereld, zoals de ontwikkeling van ideeën en door mensen bedachte systemen, zoals organisaties. De geschiedenis van de mens, de concurrentiestrijd tussen bedrijven en machtspolitieke gevechten en samenwerkingsvormen geven daartoe aanleiding. We zien dan, dat net als in de natuur, die ideeën en organisatie- en samenlevingsvormen overleven en succes hebben, die het beste aansluiten bij de omgeving van andere ideeën en andere samenlevings- en organisatievormen.. En tot onze verrassing merken we, dat zelfs wapengeweld en oorlogsoverwinningen niet in staat zijn om dat evolutieproces tegen te houden, op lange termijn wel te verstaan.

Een cruciale rol hierbij vervult de wetenschap, zoals we die nu kennen en zoals ze zich sinds de tijd van de Romeinen in het westen heeft ontwikkeld. De mens, die (zoveel als mogelijk is) afstand neemt van zichzelf, van de eigen vooringenomenheden en emoties, en zijn zintuigen gebruikt als waarnemingsinstrument, met wiskunde en waarschijnlijkheidsrekening als hulpmiddelen.

De wetenschap is op zichzelf ook een ideeën- en organisatiesysteem temidden van andere ideeënsystemen en organisatievormen., die zich bedreigd kunnen voelen, denk maar aan vorsten en religie. Vorsten en staten kunnen de wetenschap voor eigen doelen aanwenden, en dat zijn dikwijls niet de doelen die de eigen bevolking het meest dienen, maar de overleving en het succes van het vorstenhuis of de staatsvorm. Zo zijn bijvoorbeeld mensen in oosterse landen erg goed in mathematische wetenschappen, maar veel minder in psychologie en andere menswetenschappen: oosterse staten hebben meer belang bij de beta-wetenschappen dan bij de menswetenschappen. Zo zijn bijvoorbeeld mensen uit de meeste Afrikaanse landen erg goed in het leggen en onderhouden van contacten en relaties, en veel minder goed in het zich als individu handhaven in een anonieme stad, of het kiezen van de juiste man op de juiste plaats in een bedrijf. Dat laatste is slechts goed mogelijk in westerse landen, waar de ontwikkeling en maatschappelijke groei van de wetenschappen in het verleden heeft plaatsgevonden.

Laten we na deze korte inleiding de godsdiensten eens nader bekijken.

Godsdiensten zijn denksystemen die inspelen op de behoefte van de mens om zichzelf een beredeneerde plaats geven in de wereld om hem heen. Er zitten twee mentale eigenschappen in deze definitie (die eigenlijk geen complete definitie is) die strijdig zijn met elkaar: namelijk “beredeneerde” en “wereld om hem heen”. De wereld om je heen ervaar je niet als een computer of robot, maar als gevoelswereld. Je hebt een bepaald karakter, met dingen die je leuk, mooi, aantrekkelijk, of juist lelijk, afstotend en saai vindt. In ieder mens zijn deze verschillend, en kunnen in de loop van de tijd veranderen. De cultuur waarin je leeft en de opvoeding (of het gebrek daaraan) zijn van grote invloed op het leerproces waarin je dingen voelt zoals je ze voelt. Het eerstgenoemde element in de definitie, “beredeneerd” geeft aan dat je die gevoelens probeert te beredeneren. Want zonder die beredenering, of liever gezegd “zingeving” heb je het gevoel dat je niet meer weet waar je mee bezig bent, het is als het ware een soort automatisme. Je vindt jezelf prima, en geen doelloos dolend wezen in het leven van alledag. Alles moet een doel hebben, of een reden.

Dat doel en die reden biedt de godsdienst. De wereld is niet zoals zij is, maar gewild, door een hogere macht. Een hogere macht, want geen mens kan het laten stormen en geen mens kan een zee maken of bergen, of bomen laten groeien, enzovoort enzovoort. Wijzelf zijn het product van onze voorouders, en we weten dat die zichzelf ook niet hebben gemaakt. Noodlot of geluk dat ons overkomt, en waarvoor wijzelf geen vinger hebben uitgestoken om het te veroorzaken, moet ergens anders vandaan komen. We hoeven ons niet eens de vraag te stellen waarom de wereld is zoals ze is, we hoeven alleen maar aan te nemen dat alles een oorzaak heeft met een vooropgezet doel. Het nare is nu, dat we die oorzaken niet kunnen zien of vinden, de hogere machten laten zich niet zien. Het is dus wel duidelijk dat we ze maar beter te vriend kunnen houden, want dat ze machtig zijn is wel gebleken en blijkt elke dag opnieuw.

Dan staat er iemand op die op een of andere manier (meditatie, openbaring) contact heeft gehad met de hogere machten. Of wij menen aan sommigen onder ons te zien dat zij goed met de hogere machten kunnen opschieten. Want we zijn mensen, nietwaar, en mensen leggen er zich niet zomaar bij neer dat ze iets niet kunnen beïnvloeden. De hogere machten moet je te vriend houden en dat kan alleen door die dingen te doen die zij graag zien, en die dingen te laten die zij verafschuwen. Vaak zijn dat dingen die wij zelf ook wel minder graag zien zoals stelen, zomaar doden van bekenden en familieleden, liegen, bedriegen, overspel, mishandeling enzovoort. En wat wij ook graag zien is hulpvaardigheid, je aanpassen zoals je mening opschorten, vrijgevigheid, vriendelijkheid, gastvrijheid, je verantwoordelijkheid nemen voor je kinderen en ouders, en ook voor je verdere familie, trouw zijn, enzovoort. Een hogere macht die ons beveelt te stelen of te moorden, dat zou kunnen, want die dingen gebeuren gewoon ook, maar dat noemen we liever een kwade macht, die “bezworen” moet worden, d.w.z. wel te vriend houden, maar op zodanige manier dat hij onze deur voorbijgaat.
(wordt vervolgd)

Wednesday, January 12, 2011

Religion and worshipping I

In some languages (e.g. Dutch) there are two different words for “religion”: religion (Dutch: “religie”) as an internationally recognised word, and “worshipping God” (Dutch: godsdienst). In this contribution to my blog I want to elaborate this difference, thus making clear the significance of religion for people as human beings. We will discover that religion is a deep-rooted psychological need of most normal humans (I exclude mentally damaged people, and also extremely “religious” people) First of all, what does religion really mean?

According to Christian churches (I heard it many times) “religion” is derived from the Latin word “religare” which would mean: “restoring the connection” (“ligare” means “binding”, and “re-” is a suffix that means a repeat). This would be the connection between God and men, which has been broken by sin and evil. But I looked it up in my Latin dictionary and found that “religio” originally means “serious concern, serious objection”. Only later it got the meaning of religion which it has in English, namely “a more or less coherent set of ideas, symbols and stories intended to give meaning to the existence of mankind in his social and natural world, and which is sustained by a more or less official set of rituals, rules and norms of behaviour reinforced by officials appointed by the adherents of one particular set of ideas, symbols and stories, and/or by their representatives (priests, vicars, imams, etc.) or education role tenants (parents, teachers)”. (definition by me).

The abovementioned meaning which Christian interpreters attach to the word “religion” is coloured by Christian religion itself, which pre-supposes a separation between an almighty and all-good God and men, a separation that can be restored by practicing faith in an honest and integer way. Christians, Muslims and Jews (Jews to a far less extent) see their religions as the only way to completely fulfil the human need to give meaning to their existence in this world.They see religion as “worshipping God” (godsdienst). If you don’t worship God you are a heathen, a “non-believer”, an “atheist”. Muslims and Christians have got a divine assignment to strive for the convertion of these non-believers, or at least let them know that they don’t belong to the “right” group, which is the group of believers they themselves belong to, by hindering their “wrong” rituals, symbols and ceremonies, by discriminating them in social en economic life etc. Examples: forbidding women to wear Muslim clothing in Western countries, official and open discrimination of non-Muslims in most Muslim countries. Looking back into history, and a few Muslim countries today, one sees even punishment to death of behaviour which is considered as offensive to the officially recognised worship or rules.

To be religious, in my view, it isn’t needed to belong to such a religious worshipping group, which call themselves “church”, “brotherhood” etc. I experienced this when I, as a Roman Catholic, repeatedly had to cite the “Twelve Articles of Faith” during the Holy Mass. I noticed that most of these articles I didn’t believe in, and yet I continued being moved by religious feelings during the Mass. I knew that these articles had been written down and issued like a kind of law, during the reign period of the first Christian emperor Constantine. I also noticed that I had a strong conviction that the examples (not the miracles but the teachings and actings) of Jesus Christ, as described in the Gospels, were the most important and perfect description of how a human had to live. Not in order to gain eternal life in heaven (I don’t believe in life after death), but to acquire a less imperfect world than we had up to now.

On top of that, I felt I had read more books and articles about early Christianity than my fellow-worshippers gathered in the Holy Mass, maybe except for the celebrating priest. Gradually I got convinced that the gospels were “only” myths and that nothing told to us in the Gospels, was real history. Even the historical existence of Jesus is severely doubtful. Nowhere in what historical document whatsoever, his important and world-shaking deeds, wonders or preachings, nor his death at the cross, are reported. Only the “Christians” are mentioned, and in two places (Tacitus, Flavius Josephus) something of the stories they believe in. There are scholars who are almost 100% sure, based on meticulous study and research, that “Christ” (the Christ Paul is preaching) was a mythical figure, seated in heaven and as a martyr punished to death, who had to be brought to life as a human person, preaching to real humans, in order to spread Christianity as a worshipping church over the world, and this was accomplished in the gospels. There were many, many gospels, an only four of them have been selected as the official gospels at a meeting of Christian bishops, centuries after Christ would have lived. Also the gospels themselves have been written decades after life and death of Jesus. The letters of Paul, included in the Christian Bible, have been written long before any gospel had been written, which explains that Paul nowhere refers to wonders or events in the gospels, except to what it’s all about, namely his death as a divine martyr, and his presence in heaven from where he will return to judge the living and the death.

Johann Wolfgang von Goethe states in his “Dichtung und Wahrheit” (Poetical fabrication and Truth), that a beginning religion is a wonderful phenomenon. He takes the religion of Zoroaster, practiced in Persia, as an example. The misery, he says, starts when “official” religious leaders take over the power in determining what behaviour is according to the rules, and what behaviour isn’t. They state the laws and rules of the details of ceremonies, rites etc., in modern words: the religion becomes an official worshipping group, with rules and regulations. Zoroaster was a very poetical founder of his religion, and we may doubt if he himself wanted such an organisation as Goethe saw. Goethe found the core of the matter, namely worshipping light and purity, and the existence of two equal and counterbalancing forces in nature namely Good and Evil, especially valuable, but why this circus of detailed and obliged rites and ceremonies? I think Goethe hit the core of the matter. The rules and ceremonies, one and only prescribed interpretation of a Holy Book, the power exerted by many priests, imams, shamans, bishops, ayatollahs, muftis etc. lead only to drifting away from the core of the matter. Did Jesus order the building of enormous church in Rome in all its pump and circumstance? Yes, did Jesus even order his followers to constantly praise and glorify God whom he called his father? He only taught to us one simple prayer.

I will continue next time, otherwise this blog item will be too long.

Thursday, September 09, 2010

Halal hamburgers en onderwijs

In de Bijbel en Koran zijn eetvoorschriften te vinden. Net als veel andere voorschriften, zoals besnijdenis, het nemen van een rustdag, het in acht nemen van een seksuele discipline en dergelijke, waren deze vele eeuwen geleden nuttig (wat o.a. seksuele discipline betreft nog steeds), maar nu niet meer. Vooral hygiëne en gezondheid in een warm woestijnklimaat met vijandige stammen om je heen, waren met deze voorschriften gediend. Veel eetvoorschriften betreffen het eten van vlees. Vlees eten was destijds een feestelijke gebeurtenis, en werd ervaren als een luxe. Voor belangrijke gasten werd speciaal een geit of zelfs een rund geslacht. Nooit een varken, dat is smerig en wordt zowel in de Koran als de Bijbel verboden, hoewel veel christenen wel varkensvlees eten.

Talloze argumenten kunnen worden aangevoerd om te betogen dat deze voorschriften nu niet meer gelden als middel die de gezondheid bevorderen. Wat nu geldt is overdaad. Als er nu een godsdienstig openbaringsboek met eetvoorschriften zou worden geschreven, zouden dat waarschijnlijk geboden tot matigheid zijn. Tenminste, als het in een Westers land zou worden geschreven. In de tijd van waarin Bijbel en Koran werden geschreven, bestond er voor degenen voor wie het boek bestemd was, slechts één cultuur en dat was de eigen cultuur, die zich afspeelde in woestijn-achtig gebied waar stammen elkaar bevochten en waar het continu onveilig was. Er was een grote bewondering voor kostbaarheden zoals goud, zeldzame houtsoorten, en het Paradijs was letterlijk een lusthof met genoeg water, een rijke plantengroei en zonder gevaren of ontberingen, precies het tegenovergestelde van een woestijn.

Toch worden deze voorschriften door orthodoxe gelovigen nog steeds streng nageleefd. Wie aangaande het nut van eetvoorschriften wil discussiëren met bijvoorbeeld een orthodoxe moslim, krijgt een verhandeling over de eeuwigheidswaarde daarvan en met graagte worden moderne onderzoekingen aangehaald die de schadelijkheid van varkensvlees aantonen (bv. http://www.overislam.nl/va/11VARKENSVLEES%20VERBODEN.html ). Tussen haakjes: deze verhandelingen laten ook weer zien dat orthodoxe gelovigen niet in staat of bereid zijn om de boodschappen in hun Heilig Boek allegorisch op te vatten, ze hebben eeuwige geldigheid, en de gebeurtenissen en uitspraken moeten letterlijk worden genomen. Dikwijls botst dat met moderne opvattingen die in onze westerse rechts- en staatsbestellen zijn opgenomen. (bv. het fokken van varkens voor consumptie is in de westerse wereld niet verboden, en je mag je buurman er niet op aankijken dat hij varkensvlees eet). De Westerse gelovige lost dit op door in zijn/haar denk- en gevoelsleven geloof en staatsbestel te integreren als “een van God gegeven situatie” waarin hij/zij is geplaatst en met in achtneming van Zijn geboden een plaats moet vinden. De orthodoxe moslim zal veeleer geneigd zijn tot het tonen van openlijke afkeuring en het met hart en ziel ondersteunen van overheidsregels die de Koran-voorschriften naleven, zoals religieuze politie, het voorschrijven van kleding die je in het openbaar wel of niet mag/moet dragen, verbod op de verkoop van alcohol, enz.

Dit verschil, dat ik in mijn vorige bijdrage heb benadrukt, zorgt mede voor de grote spanningen tussen islamitische en westerse manieren van denken ten aanzien van mondiale machtsvraagstukken, maar ook ten aanzien van het leven van de gewone mensen in de woonbuurten van steden. Veel moslims kunnen niet leven met wat zij zien als de bandeloze vrijheden in het westen, gesteund door regeringsverkiezingen, en veel westerlingen kunnen niet leven met wat zij voelen als onaanvaardbare dwang van individuele keuzen, opgelegd door potentaten die zonder verkiezingen of met schertsverkiezingen in het zadel worden gehouden.

Een prachtig voorbeeld dat het bovenstaande illustreert, kwam ik tegen in Trouw. In Frankrijk is er een populaire fastfoodketen genaamd Quick (de naam zegt het al) die zogenaamde “halalburgers” is gaan verkopen. Dat wil zeggen hamburgers gemaakt van runderen die halal zijn geslacht, dat wil zeggen middels het doorsnijden van de keel. In een woestijnklimaat is het zeer schadelijk voor de gezondheid om een dier eerst te doden, dan het risico te lopen om het slachten uit te stellen (de vijand komt er aan, of een stofstorm, nu even geen tijd) en zodoende het vlees snel te laten bederven. Dus stond in de religieuze wetten (lees: samenlevingswetten, staatswetten) dat de slacht onmiddellijk op het doden van het dier diende te gebeuren. Wat zie je nu in Frankrijk gebeuren in 2010? Veel moslims bezoeken daar geen hamburgertenten, maar zouden dat wel doen als ze wisten dat het vlees daar halal zou zijn. De klant is koning, dus Quick bouwt een groot aantal aparte halal-tenten. De regeringspartij UMP is daar “zeer verontrust” over, want zij ziet dit als een schending van de scheiding tussen geloof en staat, en Quick is een particuliere onderneming. Een Nederlander zou zich afvragen waarom, want je hebt toch de vrije keus om al of niet een halal-zaak te bezoeken? Bovendien, zou de nuchtere atheïst zeggen, smaak en kwaliteit van het vlees worden niet beïnvloed door de wijze waarop het dier is gedood, dus geef mij ook maar halal als dat het enige is wat je in huis hebt, als ik met vakantie naar Tunesië of Marokko ga eet ik het ook..

Het probleem van de scheiding tussen geloof en staat is voor UMP echter, dat de staat groot-aandeelhouder is van Quick, en Quick bij moskeeën Islamitische keurmeesters moet inhuren om een halal-certificaat voor een geslacht dier te verkrijgen. Zodoende worden geloof en staat op voor UMP onaanvaardbare wijze verstrengeld. (Dat de Islamitische consumentenbond Quick afraadt voor moslims omdat er niet genoeg keurmeesters beschikbaar zijn om al de halal-hamburgers te garanderen als echt halal, is vers twee).

Voor een Nederlander is dit muggenzifterij, want in Nederland zorgt de staat ervoor dat er scholen op godsdienstige basis wijd en zijd door het hele land kunnen functioneren, dat is nog eens wat anders dan hamburgers. De staat als groot-aandeelhouder in het op godsdienst gebaseerde onderwijs. Maar deze drastische ingreep in het staatsbestel zorgt er wel voor, dat de christelijke staatsburger minder moeite heeft met het individueel integreren van zijn loyaliteit aan zowel de staat, als aan zijn geloof. Hoe lang nog, met de voortschrijdende ontkerkelijking in zicht en het sluiten van de ene islamitische school na de andere wegens het niet voldoen aan de eisen van de staat, die ook gelden voor op godsdienst gebaseerde scholen?

Wednesday, September 08, 2010

Oost en West in de ogen van oprechte moslims en oprechte westerlingen

Gisteravond zag ik hoe knap een zeer orthodoxe Moslim door Pauw en Witteman soms met de mond vol tanden zat, toen hij verdedigde hoe wij ons niet moesten bemoeien met de steniging van de weduwe in Iran, die na de dood van haar man een nieuwe relatie had gevonden. De discussie legde ook weer keihard de verschillen bloot tussen “het Westen” en de zogenaamde Islamitische broederschap. De man ontkende de universele geldigheid van de Verklaring van de Universele Rechten van de Mens, omdat het een “product van westers denken” was. Ook had hij het herhaaldelijk over de uitgespeelde rol van “het westen” in de wereld.

Het Islamitische oosten kwam niet aan bod, dat was namelijk de vanzelfsprekende denkwereld waar de man van uitging. De verschillen tussen West en Oost werden dus ook niet door hem besproken, maar overduidelijk bleek hoezeer de Islamitische denkwereld wordt bepaald door “het welzijn van de groep” , met als tegenhanger “het welzijn van het individu” dat in het Westers denken centraal staat.

Aan de orde was de petitie die door velen was ondertekend, gericht aan de Iranese regering. Deze petitie werd door de man een inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Iran gevonden. Men kwam er niet uit, de man bleef op zijn standpunt staan, hoewel ook hij het stenigen als straf smakeloos vond naar zijn zeggen. Maar hij was loyaal de groep, en de groep was “de moslims” in zijn algemeenheid, en “Iran” als staat met een wetgeving waar helaas pindakaas ook steniging van een relatie hebbende weduwen een wettig vonnis was, en waar advocaten niet werden gewenst en op de vlucht gejaagd. Dit punt werd door hem steeds uitgebreid met het thema “het zich superieur voelende Westen” tegenover de miskende rest van de wereld.

Zo zie je wat godsdienst vermag. Hoe uniek en nieuw in de wereldgeschiedenis is de westerse opvatting dat godsdienst en staat gescheiden moeten zijn. Onze TV-moslim was ervan overtuigd dat Allah de hoogste wetgever aan de mensen was, en dat zijn wetten in de Koran stonden verwoord. Geloof en staat kunnen dus niet gescheiden zijn.

Wat zelden wordt ingezien, is dat geloof en staat alleen in het openbare leven te scheiden zijn, maar niet in iemands hoofd. In het Westen wordt onder “scheiding tussen geloof en staat” verstaan de scheiding tussen enerzijds wetten en openbare regels, en anderzijds de manier waarop elk individu die beleeft en integreert met zijn levensopvatting en / of geloof. De wetten worden zo gemaakt, dat dit voor de meeste individuen zonder al te veel problemen zal gaan. In het Oosten is dit omgekeerd: elk individu maakt een onderscheid tussen “geloof en staat” in zijn denk- en gevoelsleven, en weet dat het geloof nu eenmaal “hoger” is dan de staat. Het is daarom logisch dat de staat zich richt naar de geloofswetten, ook al zijn die hard en wreed.

De Westerse oplossing voor het geloofs- en staatprobleem heeft dat Westen een voorsprong gegeven op het Oosten op het gebied van economie en technologie. Niet de hiërarchie in de staat, maar bruikbaarheid op de markt en vindingrijkheid van individuen bepalen het handelen en, vooral, het zich organiseren van mensen in bedrijven, bonden en verenigingen. De afhankelijkheid van het Westen van de grondstof olie werd steeds groter, en dit vergrootte de invloed op het wereldtoneel van de veelal olierijke Islamitische staten, die jaloers werden op het Westen en zich ertegen afzetten, maar ook hun materiële gedrag gingen nadoen om hun rijkdommen tonen. Vooral wordt nadruk gelegd op de “zedeloosheid” en “bandeloosheid” van Westerse staten, mogelijk gemaakt door niet het juiste Islamitische geloof aan te nemen, maar in werkelijkheid dus door de scheiding tussen geloof en staat, waarbij het aan het individu werd overgelaten hoe hij of zij zich zou gedragen, en niet aan de staat die de van God gegeven wetten diende uit te voeren. De levensstandaard en welvaart voor de diverse bevolkingen waren de Islamitische staten een gruwel, want was dat de zogenaamde beloning die die goddelozen toekwam?

In dit hele discours komt Islamisme naar voren als wanhoop, waarbij moordpartijen als martelarendom wordt verheerlijkt. Ook de arrogante, superieure houding van veel moslims die zich continu op hun geloof beroepen, is op die afgunst gebaseerd. Miljoenen arme, ongeletterde mensen gaan de straat op in een aantal Islamitische landen, wanneer in Amerika een handjevol zogenaamde christenen onder veel publiciteit Korans gaat verbranden, of wanneer een Deense krant een “beledigende” cartoon publiceert. Groepen zijn makkelijk te mobiliseren in die landen, zondenbokken makkelijk aan te wijzen en zich onttrekken aan de groepsdruk komt niet voor in het denkraam van de eenvoudige moslim in Afghanistan. Alles wordt bepaald door wat de gezaghebbers als wetgeving zien in de Koran.

Dit moet allemaal in aanmerking worden genomen als je het hiermee niet eens bent. Niet roepen dat je je ondergeschikt maakt aan een vreemd soort godsdienst, maar vermijden te provoceren met anti-islam-uitspraken en handelingen. Die worden alleen maar gebruikt om de vooringenomenheid van veel moslims tegen het rijke “Westen” (voorbijgaand aan de exorbitante rijkdom en uitbuiterij in sommige oliestaten in eigen gelederen) te voeden en haat aan te wakkeren. Tact en respect zijn hier aan de orde in het Westen, niet populisme en islam-haat, daarvoor biedt onze wetgeving de ruimte gelukkig.

Thursday, July 08, 2010

Ietsisme deel III

(deleted - in revision)

Tuesday, June 29, 2010

Ietsisme

(deleted - in revision)